

Vlaanderen hoort tot de meest welvarende regio’s van de wereld. Desondanks winnen de principes van eigen volk eerst & korte termijn denken steeds meer veld, ook in Beersel. Groen! Beersel werkt aan een andere wereld. Groen! wil voor alle Beerselaars een warm en duurzaam beleid voeren waarin de uitbouw van een solidair en gastvrij gemeenschapsleven in een groene en landelijke gemeente centraal staat. We streven naar een gezonde symbiose tussen landbouw en natuur, tussen verblijven en werken, met het oog op een aangenaam en kwalitatief woonklimaat voor al onze inwoners. In deze visie staan het verenigingsleven en respect voor wat overblijft aan natuur centraal.
Beersel heeft een eeuwenoude Vlaamse traditie. Logisch dus dat eenieder die wil participeren in ons sociaal weefsel ook Nederlands spreekt. Veel inwoners van Beersel staan open voor de wereld om ons heen. Groen! Beersel rekent op dezelfde hoffelijke houding van iedereen die hier komt wonen. Het (leren) spreken van het Nederlands als onze gemeenschappelijke taal is hierbij de belangrijkste uitdaging.
Mensen klagen over kinderen en jongeren die teveel achter computer en televisie (en Playstation en Wii enzovoort) zitten.
Mensen klagen ook over kinderen en jongeren die te veel op straat spelen.
Wat willen we nu eigenlijk?
Groen! kiest in elk geval voor het terug aantrekkelijker maken van het buitenspelen. Hieronder 3 aspecten waarmee we in Beersel zelf aan de slag kunnen.
Op de internationale markt en sinds kort ook in Belgie wordt steeds meer de Mosquito gespot. Een erg handig toestel lijkt het wel dat zo'n scherpe toon laat horen met zo'n hoge frequentie die enkel hoorbaar is voor jonge mensen, tot 25 jaar volgens de producent. Vanaf je wat ouder wordt gaan je oren dus achteruit en hoor je deze toon niet meer. Wel deze toon is zo misselijk makend en niet te verdragen dat jongeren onbewust deze plaats nooit meer zullen opzoeken.
Dit toestel wordt dus gebruikt om overlast van (hang)jongeren tegen te gaan. Laten we erkennen dat deze inderdaad overlast kunnen veroorzaken. Maar de Mosquito is geen oplossing, het kan het probleem niet bestrijden, maar enkel verplaatsen. Bovendien is dit een erg discriminerend medium dat àlle kinderen en jongeren wegjaagt van publieke en privé-domeinen. Het druist dan ook nog eens in tegen verschillende artikels van het Kinderrechtenverdrag. De wildgroei van deze toestellen moet dan ook tegengehouden worden.
Jong Groen! nam meteen actie en roepte haar leden op om ervoor te zorgen dat er een motie tot verbod op de agenda van de verschillende gemeenteraden op. Jong Groen! Zennevallei (net opgericht, als je erbij wil mail dan: maarten_motte@hotmail.com) sprong meteen op die kar en zorgde ervoor dat Groen! Sint-Pieters-Leeuw deze motie indient op de gemeenteraad van augustus. In Beersel proberen we dit op te nemen in het politiereglement. Groen!-senator Freya Piryns probeert nationaal een verbod op deze Mosquito af te dwingen.
Tolerantie tegenover jongeren en kinderen is al langer een probleem. Iedereen herinnert zich wellicht nog de heisa rond de klachten omtrent spelende kinderen op het speelplein van Lauwe. Sindsdien is er gelukkig een tegenbeweging op gang gekomen. Verschillende gemeentebesturen hebben sindsdien in hun politiereglement benadrukt dat lawaai van spelende kinderen niet kan erkend worden als overlast. Een voorbeeld dat we ook in Beersel moeten volgen lijkt me.
Verder voert Groen! de laatste maanden ook acties met de vraag om meer ruimte te voorzien voor kinderen. Op www.kraakjeplek.be zie je het resultaat van de voorbije acties. Groen! stelt 10 doelstellingen voorop:
1. Een volwaardige speelplek op wandelafstand voor elk kind : op 200 meter stappen moet elk kind een eigen speelzone hebben. Waar deze norm niet gehaald wordt, vindt Groen! dat gemeenten het recht hebben om braakliggende terreinen (tijdelijk) aan te slaan of te ‘kraken’naar het model van het sociaal beheersrecht voor verkrottende woningen.
2.In ruimtelijke bestemmingsplannen moet voldoende speelruimte voor kinderen voorzien worden. 300 m2 per hectare (3% ) moet de norm in woongebieden worden.
3. Kinderen hebben nood aan zoveel mogelijk autonomie: kindlinten zijn de oplossing. Dat zijn veilige en groene verbindingen tussen verschillende bestemmingen voor kinderen waarlangs kinderen zich zelfstandig kunnen verplaatsen.
4. Voor kinderen zijn voldoende herkenbare ankerplaatsen nodig waar ze een tijd kunnen verblijven, zonder in de weg te zitten of te lopen, liefst als onderdeel van een netwerk. Bestaand straatmeubilair, soms zelfs kunstwerken, kunnen ‘beklimbaar of bespeelbaar’ worden gemaakt. Door te kijken met de ogen van kinderen ontdek je talloze nieuwe mogelijkheden.
5. Kinderen en jongeren kunnen veel meer ruimte bespelen, als men zorgt voor minimale sociale controle : bv. pleinverantwoordelijken of buurtpeters of meters die (speel)pleinen in buurten of opengestelde speelplaatsen kunnen begeleiden. Dit kan via een systeem van professionelen én vrijwilligers.
6. Maak van schoolpleinen buurtpleinen. Groen! wil in alle gemeenten navragen hoeveel speelplaatsen van scholen op vakantiedagen voor kinderen uit de buurt toegankelijk zijn. Het Vlaams gewest kan scholen betoelagen als ze hun speelplaats ‘pimpen’ tot buurtspeelplaats. Dat kan best in overleg met de kinderen zelf.
7. Groen! wil dat alle open ruimte bespeelbaar wordt. Terreinen die een andere bestemming hebben, mogen ook gebruikt worden door kinderen. In parken kunnen echte ‘wilde plekken’ voor kinderen voorzien worden in plaats van alleen maar plantsoenen die niet mogen betreden worden.
8. Groen! pleit voor de geleidelijke omvorming van zone 30 straten naar woonerven die opgewaardeerd worden tot echte speelruimten met geparkeerde auto’s in buurtparkings. Als dit kan in vakantieparken, waarom dan niet in woonwijken?
9. Nieuwe wijken moeten kindgericht ontworpen worden. Dat kan. In Freiburg zijn twee auto-arme klimaatwijken zo ingericht dat kinderen heel de binnenruimte van de wijk voor zich hebben. In deze wijken kiest men voor ‘ringwonen’: de voorkant van de woningen is gericht op de gedeelde publieke ruimte en niet naar de veel drukkere verbindingsstraten.
10. Kiezen voor een kindvriendelijk beleid betekent natuurlijk dat alle officiële speelterreinen en –toestellen 100% in orde moeten zijn. Speelambtenaren kunnen mee instaan voor de controle van groenelementen die wettelijk gezien geen speeltuigen zijn bv. boomhutbomen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen er mee voor zorgen dat veiligheidsvoorschriften spelen niet onmogelijk maken.